foodFIRST for Thought

Vijverbergsessie 16 oktober 2013: De nexus tussen water, energie en voedselzekerheid

© 2014-03-26 | Hans Groen

In een eerdere Vijverbergsessie, die van 22 mei 2013, gaf Raymond Hafkenscheid in zijn uitleiding aan dat water en voedselproductie in de beleidspraktijk twee verschillende werelden zijn die langs elkaar heen werken, terwijl het evident terreinen zijn die met elkaar verbonden zijn. De verkokering van die twee sectoren leidt tot een suboptimale aanpak. Die verbinding, die nexus, staat in deze Vijverbergsessie centraal, waarbij als derde elemenent energie wordt toegevoegd.

Powerpointpresentaties:
Willem Ligtvoet: www.foodfirst.eu/20131016/20131016_WLigtvoet.pdf
Huub Rijnaarts: www.foodfirst.eu/20131016/20131016_Rijnaarts.pdf

De wereld stevent met een flink tempo af op 9 miljard inwoners in het midden van deze eeuw. Deze inwoners hebben allen een gerechtvaardigde claim op basisvoorzieningen zoals water, voedsel en energie.
Veilig drinkwater en sanitatie zijn inmiddels als mensenrecht aangemerkt en toegang tot water voor menselijk gebruik en voor het onderhouden van ecosystemen is voor velen belangrijk. Toegang tot schone, betrouwbare en betaalbare energie voor koken, verwarming, verlichting en communicatie worden door de VN genoemd onder de vlag van noodzakelijke 'energy security'. Voedselzekerheid wordt door FAO benoemd als mensenrecht: beschikbaarheid en toegang tot voldoende veilig voedsel met een adequaat voedingsgehalte.
Interacties tussen water, energie en voedsel zijn talrijk en substantieel, tegen een achtergrond van uitputtende natuurlijke bronnen en negatieve effecten van klimaatverandering.
-- Grote hoeveelheden water zijn nodig voor de mijnbouw en voor de winning, raffinage en residuverwerking van fossiele brandstoffen, en vervuiling van water bij bijvoorbeeld de winning van schaliegas is waarschijnlijk. Waterbehoeften bij teergasexploratie zijn extreem hoog.
-- De benodigde stijging van de voedselproductie vraagt een sterke toename van de irrigatie. Dat werkt de concurrentie rond water en land in de hand tussen de meer lokale voedselproductie en de productie voor de export.
-- Water en land voor gewassen gebruikt voor biobrandstof kunnen niet meer gebruikt worden voor voedselproductie.
-- Veel vormen van energiewinning, met name schaliegas, kunnen leiden tot vervuiling van waterbronnen. Koeling van energiecentrales verwarmt rivieren en waterkrachtcentrales beïnvloeden de afvoerregimes van riviersystemen.
-- Anderzijds is energie nodig voor onttrekking, distributie en zuivering van water.
-- Afvalproducten leveren op hun beurt bronnen voor energieopwekking en grondstoffen voor voedselproductie en 'groene' industriële aanwending.
-- In totaal 30% van de opgewekte energie wordt gebruikt voor gemechaniseerde productie, verwerking en bereiding van voedsel. Stijgende energieprijzen leiden meteen tot stijgende voedselprijzen.
-- Toenemende waterschaarste als gevolg van klimaatverandering is ongelijk verdeeld over de wereld en slaat in belangrijke mate neer in ontwikkelingslanden, terwijl gunstige condities voor voedselproductie naar het noorden opschuiven. Wat betekent dit voor het voedselverdelingsvraagstuk, de voedselzekerheid en voor de internationale verhoudingen?
Gegeven deze nexus is goed beheer alleen mogelijk als de sectoren in hun onderlinge samenhang worden ontwikkeld en beheerd. Een goed grensoverstijgend beheer over de drie sectoren kan bovendien synergie opleveren. Daarbij dienen naast de overheden ook het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld een rol te spelen. Daarvoor zijn de juiste prikkels nodig. Organisaties als IUCN investeren reeds in een beter begrip van de samenhang.

Willem Ligtvoet
Nexus bevindt zich in een dynamische wereld, tussen water zekerheid, voedselzekerheid en energiezekerheid. Van plaats tot plaats verandert die verhouding. De nexus staat onder invloed van krachten, trends en doeleinden in de maatschappij, de economie en het milieu. Met het voor ons beschikbare water moeten we water, energie en voedselzekerheid voor allen realiseren, een rechtvaardige en duurzame groei, en een robuust en productief milieu.



We kunnen minder dan 1% van het op de aarde beschikbare water gebruiken. Desalinisatie is mogelijk. Het kost nu 0,5$ per m3, wat voor drinkwater een betaalbare prijs is. Bij een prijs van 0,15$ per m3 wordt het interessant voor de landbouw. (Desalinisatie van brak water, zo wordt later in de discussie gemeld, kost nu ongeveer 0,27$ per m3 wanneer het gekoppeld is aan warmtekracht centrales.)
De groeiende populatie is het grootste probleem voor de aarde: in 2050 hebben we 9 miljard mensen op de aarde waarvan 75% in een stad zal wonen. Consumptie, cultuur en energiegebruik vindt plaats in die urbane centra, de grote steden met 500.000 of meer inwoners die voor een groot deel liggen in gebieden met een groot overstromingsrisico, van zee of rivieren.
De trend is dat de energievraag straks verdubbeld is; fossiele brandstof zal naar verwachting in 80% van de energievraag voorzien. Op mondiale schaal is het aandeel van 'blauwe' (bio-)energie en van waterkracht heel bescheiden -- lokaal kan dat anders liggen.
Die wereld in 2050 moeten we voeden: daarvoor is 10% meer landbouwgrond nodig en moet de productie met 2% per jaar groeien. Maar ga je die productiegroei halen met wat we aan water en kennis hebben? Daarbij speelt ook mee dat het het dieet eitwitrijker zal worden, meer vlees dus. Als iedereen zoveel vlees gaat eten als in de VS van Amerika, ongeveer 310gr pppd, redden we het absoluut niet. Zakken we naar ongeveer 130gr. eiwit pppd, dan kan dat nog heel goed duurzaam lukken. Het zg. Willett dieet, dat van 75gr. pppd uitgaat, vraagt om een weer lagere productie van eiwitten. Er is dus grote variatie in de belasting op water bronnen bij verschillende diëten. Rood vlees is relatief het meest belastend voor de watervoorziening, maar op de totale watervoorraad valt het ook wel weer mee.
Met irrigatie kan je de productie flink verhogen, de feitelijke opbrengsten lopen veelal nog achter bij het potentieel van een gewas. Vooral in Afrika en Azië is nog veel te winnen. Om die kloof te sluiten, heb je water, meststoffen en kennis nodig. Het gebruik van meststoffen zal dus toenemen, wat gevolgen heeft voor de vervuiling van oppervlakte water en kustwateren.
Wat zijn de verwachtingen voor het welzijn van de mens? Het aantal mensen dat honger lijdt, zal halveren, is de verwachting. Gevallen waar er geen drinkwater en basis sanitatie is, halveert. De afhankelijkheid van traditionele energie voor koken en verwarmen loopt wat minder terug. Ondanks alle inzet, is er nog wel wat op te lossen, de onderkant lift niet vanzelf mee.

Uitdagingen
De watervraag verdubbelt, alleen is het aandeel dat voor irrigatie beschikbaar zal zijn minder, en onzekerder. Meer mensen zullen in gebieden leven waar de druk op het beschikbare water al groot is. De beschikbaarheid van water blijft een opgave. Een verantwoord beheer en gebruik is noodzakelijk voor duurzame groei.
Klimaatverandering kan storend zijn. Als de aarde 4 gr. opwarmt, neemt de opbrengst van mais, graan en rijst 10-30% af. Als je met waterbeheer hierop inspeelt, kan je het behoorlijk dempen; 2 graden zou je nog in winst kunnen omzetten. De opbrengst in gebieden waar productie moeilijker is, komt dus onder druk. Met de huidige technologie kan je heel veel bereiken; verder moet je aan een andere consumptie denken, een meer circulaire economie, en je moet meer regionaal verhandelen.
Doeleinden voor komende paar jaar met Degis: de mondiale assesments regionaliseren, met name naar Afrika, waar veel winst te boeken is. We zijn nog in de discussie fase. De nexus water-voedsel-energie is heel belangrijk en we willen die koppelen aan de motors achter die ontwikkelingen
Integrated and Inclusive Development of Regions (plaatjes 16-18 in de presentatie geven de dynamische omgeving van de nexus weer).

Huub Reijnaarts: Waternexus-Project
Het Waternexus-project beoogt een andere manier van omgaan met onze watervoorziening: zie zout water niet als bedreiging, maar als kans, oftewel, 'zout waar het kan, zoet waar het moet.' Want waarom doen we alles met zoet water terwijl we een overschot hebben aan zout water.
De prognose is dat er toenemende waterschaartse zal komen als gevolg van klimaatverandering, bevolkingsgoei, de industriële ontwikkeling en de ontwikkeling van de landbouw.
Die schaarste is niet het probleem van één sector. De wereld is echter sectoraal opgedeeld; het water wordt eenmalig gebruikt door iedere sector en niet uitgewisseld met andere, wat een grote verspilling oplevert. Schaarste ontstaat dan door competitie tussen sectoren voor het beschikbare water. De oplossing ligt ín die sectoren: die moeten cross-sectoraal gaan denken. Onze benadering is cross-sectoraal, ook in wetenschap en onderzoek en die cross-sectorale integratie is uniek voor het Nederlandse onderzoek.
De druk op watergebruik wordt versterkt door de zeespiegelsstijging de komende decennia. De zoutwaterdruk is groot op de kuststreken van Noord-West Europa, Zuid-Oost Azië, en het zuiden en oosten van het Noord-Amerikaans continent.
Nederland heeft hier dus een probleem, maar wij hebben ook een Deltaplan. In andere gebieden ontbreekt zo'n beleidsplan. Nederland kan een grote rol spelen met het ontwikkelen van nieuwe oplossingen en die elders wegzetten. In delta's gaat het om het samenspel en de verdeling van zoetwater- en zoutwatersystemen. Nederland heeft deltatechnologie, watertechnologie en geïntergreerde systeembenadering in huis waarmee high-impact oplossingen kunnen worden gegeven voor lanbouw en industrie in delta-gebieden waar een overschot is van zout water en schaarste aan zoet water.
Belangrijk is dat waterstromen herbruikbaar worden. Het water bijvoorbeeld dat Shell gebruikt, loopt nu terug in zee, maar kan met wat behandelingen heel goed elders gebruikt worden. In het verlengde daarvan ligt het verder ontwikkelen van watertechnologie voor het terugwinnen van meststoffen naar ontziltingstechnieken. Het probleem van zout water voor de landbouw is niet dat er zout in zit, maar dat er natrium in zit. Natriuim veroorzaakt peptisatie van kleiachtige gronden waardoor die niet meer voor landbouw gebruikt kunnen worden. Planten worden in hun groei ook geremd door natrium. Op dit moment is het alleen nog onmogelijk om het Na uit het zeewater te halen.
Een ander probleem is dat het water management op heel verschillende schaal plaats vindt en dat de gebruikte modellen niet met elkaar communiceren. Die modellen moeten aangepast worden aan die verschillende schalen. Onderdeel daarvan is het bufferen van water voor verschillend gebruik voor stad en landbouw. Daarmee kan je een brug slaan naar industriële toepassingen en de natuur.
Een illustratie van dit zoet- en zoutwater probleen is de fabriek van Dow Chemical in Terneuzen, Die hangt voor de zoetwaterbehoefte aan een pijplijn uit de Biesbosch. Dow chemical heeft 22 miljoen m3 per jaar nodig. Het afvalwater van Terneuzen wordt al geheel gezuiverd en door Dow gebruikt, verder gebruiken ze het water uit de Biesbosch. DOW wil op een termin van 15, 20 jaar onafhankelijk van het spaarbekken in de Bieschbosch worden. Zij zijn bang voor de gevolgen van concurrerende claims op zoetwater in de toekomst waardoor zij hun fabriek zouden moeten sluiten.Dat is een probleem voor veel fabrieken van DOW. Zij willen hier in NL een geïntegreerde omgeving ontwikkelen, en dat dan elders toepassen. Ook andere grote bedrijven zijn hiermee bezig, waaronder Shell. Hiermee kan een vergelijkbare innovatie en ontwikkeling gerealiseerd worden als indertijd de waterbouwwerken van de Deltawerken.

Discussie
Water is nooit weg, alleen een beetje helium ontstnapt aan de aarde. De kringloop naar schoon water is waar het om gaat. Enerzijds zie je een enorme toename van het industrieel watergebruik -- hydroelecticiteit, is een echte gebruiker, want het water stroomt gewoon naar de zee. Anderzijds werken we eraan dat het door de industrie gebruikte water gereinigd teruggegeven wordt aan het systeem. Toch onstaat door het enorme industriële gebruik waterschaarste, terwijl je daar met beleid iets aan kan doen.
Het watergebruik van elke speler en functie moet je nu (nog ...) bij elkaar optellen. Als de industrie vuil water loost, is dat niet voor ander gebruik geschikt. De opslag in stuwmeren voor waterkracht veroorzaken veel verlies door verdamping. In Vietnam is hydrokracht en agrowater geheel gescheiden, en dan loost de electriciteitscentrale zonder aan landbouw of drinkwater te denken. En voor de natuur moet ook nog wat overblijven. Als in Vietnam de industrie verder ontwikkelt, komt er een druk op het bedrijfsleven om de waterketen te sluiten en anders met water om te gaan.

Als we niet in hergebruik denken en een circulaire economie uitwerken, groeit het probleem boven ons hoofd. De geïntegreerde aanpak is de enige oplossing. De grote industrieën als Shell en Dow zijn hiermee bezig, ook om overheden en ngo's te overtuigen van een geïntegreerde en circulaire benadering. Zij stellen hun productieprocessen in op het water dat ze gebruiken, en maken hiermee hun productie efficiënter -- Dow doet de zuivering zelf, dus die hebben zelf baat bij een betere oplossing dan de Biesbosch.
Water moet in het systeem terugvloeien, we moeten inzetten op duurzaam beheer. Een integrale aanpak gaat in tegen de verkokering. Verkokerd is als je alleen kijkt naar wat de boer doet met het water. We weten wel wat we moeten doen, maar niet altijd hòe we het voor elkaar krijgen -- in je land, je regio, je project, overal kan je beter opereren wat betreft water beheer.

Gedrag
Alles reduceren tot een technologische verhaal is de achilleshiel van de verhalen. Het gaat uiteindelijk om het gedrag van mensen: welke prikkels en stimulansen zijn er voor mensen om aan die einddoelen te gaan werken. Extrapoleren van statistieken vertelt ons dat 2% toename van landbouwproductie het voedsel probleem oplost, maar met dat te stellen, komen de redenen waarom dat kan mislukken niet meer in het vizier. Je weet dat in Afrika die 2% niet gerealiseerd zal worden, maar met die extrapolatie weet je niet waarom dat niet gebeurt, en waarom bedrijven hier niet op inspelen. Je moet eerst verklaren waarom je er nog niet bent als je een vergezicht schetst. Dan kom je op stimulansen, de rol van overheden en instituties, dan zie je dat daarin zaken niet goed zitten, waardoor dat wat technologisch heel goed mogelijk is, niet gebeurt.
Welke prikkels zijn er waarmee je het gedrag van mensen kan sturen en veranderen; daarvoor moet je een idee hebben hoe samenlevingen functioneren en hoe je daarin prikkels kunt geven voor gewenst gedrag. want als je niet weet waarmee mensen geprikkeld worden om hun gedrag te veranderen, blijf je gefrustreerd zitten met alleen de constatering dat de mensen niet doen wat ze zouden moeten doen.
Neem nou eens de provincie Alberta in Canada, rond de twee steden Edmonton en Calgary, waar gemeentes niet goed kunnen groeien omdat er te weinig water is. De Canadees daar gebruikt 450l leidingwater per dag, tegenover Nederlanders 130l. In Alberta ontstaat nu het besef dat je anders met water moet omgaan om de eigen gemeente verder te kunnen ontwikkelen. Met die bewustwording kan je als technoloog binnenkomen. Maar wat vaak gebeurt is dat de technoloog met een goed idee binnenkomt terwijl de mensen helemaal geen besef hebben dat er een probleem ís.
Als je wilt interveniëren, dan zullen in het proces steeds andere mensen geraakt worden. Je moet weten welke belanghebbende op welke prikkel reageert, en je prikkels daarop afstellen. Tijdens het proces verandert je sociale maatschappelijke context. Want, wat de prikkels zijn, verandert gedurende het proces. Vietnam wil een waterplan à la Nederland, maar op dit moment is hydro electriciteit daar nog belangrijker dan integraal waterbeheer. De economie moet eerst nog verder ontwikkelen, vindt de Vietnamese overheid. Maar er is wel een Mekong-deltaplan gemaakt vanwege de daar plaatsvinden rijstbouw en de 13 provincies die er een vinger in de pap hebben. Het gebrek aan samenwerking, met gevolgen voor de economie, was hier de prikkel.
In Mali speelt iets heel anders. Daar heeft men behoefte aan cash geld en niet alleen aan meer voedsel voor de eigen consumptie. Ook de vrouwen willen een telefoonkaart, dus er moeten productien komen die ze kunnen verkopen. Dat is een prikkel tot verandering die werkt op het lokale niveau en naar het nationale niveau doorwerkt.

Prestatienormen
In een artikel in Trouw ( www.trouw.nl/tr/nl/4332/Groen/article/detail/3506938/2013/09/10/Productie-van-voedsel-moet-efficienter.dhtml ) wordt gesproken over andere noemers voor aanbevelingen. Veel is nu gericht op best practices, wat boeren zouden moeten doen dus, maar een betere benadering zouden 'best prestatie-normen'. Vertaal dat naar de opbrengst-kloof (yield gap) bijvoorbeeld: gaat het om opbrengst als zodanig, of gaat het om rendement, dus per kg water, stikstof en CO2-emissie.
Prestatie-normen spelen al in Nederland, want beleid loopt hier ook vast met regels voor hoeveel van dit en hoeveel van dat. De toekomst is meer aan kwaliteitsnormen waarbij de boer zelf kan bepalen en uitzoeken hoe dat dan verwerkelijkt wordt. Dat berust dan op een gezamenlijk stellen van doeleinden, niet op een verlanglijstje van hoeveel water, stikstof, etc. mag worden gebruikt.
Belangrijk daarbij is de opbrengst per liter water; met gesloten systemen voor bijvoorbeeld de tomatenkweek die in Nederloand ontwikkeld zijn en die een heel hoge opbrengst genereren, heb je een groot voordeel in droge gebieden.

Afrika
Ten aanzien van Afrika geldt daarnaast dat je moet zoeken naar het juiste schaalniveau. Overheden daar functioneren soms niet goed, dus je moet andere spelers vinden -- bedrijven, OS, regionale partners en steden als alternatieven voor de nationale overheden. Het industrie verhaal werkt in West-Europa waar landrechten goed geregeld zijn. In Afrika zijn landrechten veel minder strikt en sluiten bedrijven en buitenlandse overheden deals met de persoon die op dat moment aan de macht is en als machthebber wel even wat regelt. Een boer die geen eigenaar van zijn grond is, zal minder zorgvuldig met zijn land omgaan.

Het probleem van water, voedsel en energie zal het grootst zijn in Afrika, waar de bevolking het hardst groeit. Tegelijk is dit gebied niet erg interessant voor investeerders. In China en India waar er belangen voor de industrie zijn, zal er eerder geïnvesteerd worden. Hoe maken we Afrika interessant en hoe komt dat de bevolking ten goede. Het gevaar is, dat we alleen iets doen voor de telers van bloemen en boontjes in Kenia, bijvoorbeeld.
Hoewel in bijvoorbeeld Ghana de bevolking er nog te weinig van merkt dat ze de snelst groeiende economie ter wereld zijn, zijn de Afrikaanse landen goede en stabiele groeiers, dus Afrika is wel degelijk interessant voor investeringen en die inhaalslag is gaande. Wat dat betreft is er wel hoop
Hoe gaan we het aanpakken? De traditionele ontwikkelingshulp neemt af, voor Nederland van 5, over 4 naar 3 miljard € in 2015. Maar bedenkt hierbij wel dat dat onderdeel is van de totale internationale hulp en dat die bedragen ten opzichte van de BNPs in Afrika veel bescheidener zijn geworden. Het zou ook goed zijn als Europa een gezamenlijke strategie heeft, in plaats van dat allerlei landen de deur plat lopen in Afrikaanse en Aziatische landen.

Nexus
Die nexus is ingebed in maatschappelijke doeleinden. Wij werken vanuit de technologie, maar het komt uiteindelijk neer op de drijvende krachten achter economische ontwikkeling. De watertechnologie is een element, het sociale is een ander element. De economische benadering is er ook een deel van. De maatschappelijke processen zijn belangrijk, een exclusief technologische benadering werkt niet. Het blijkt ook dat de samenwerking van technologie en bedrijfsleven een extra heeft, want bedrijven kunnen bij overheden de doorslag geven; alleen met een mooi verhaal van een ngo over duurzaamheid kom je er niet.

Stadslandbouw
Stadslandbouw komt op: de consument wordt steeds meer producent. Architecten horen ook bij de discussie voor de urbane ontwikkeling. Wat kan je als huishouden doen met zoet- en zoutwater, bijvoorbeeld. Een grijswater circuit met brakwater is denkbaar, maar onze waterzuiverings installaties kunnen dat nog niet aan. Maar de stad van de toekomst gaat kunstmest produceren uit de eigen afval stroom door stikstof, fosfor, en kalium terug te winnen.
Biedt de verstedelijking niet ook een kans voor beter beheer van water doordat het ertoe leidt dat boeren zich zullen concentreren rond de steden. De nieuwe middengroepen zitten in de stad en die creëren een vraag naar (andere) producten die om de hoek worden geproduceerd. Daar liggen kansen, maar ontstaat ook competitie met het wijdere platteland.

Afsluitend
Waterproblematiek zal de komende tijd een centraal punt zijn in de internationale agenda.
FoodFirst richt zich op de nexus tussen 4 sectoren (wetenschap, bedrijsleven, overheid, ngo's); binnen die sectoren blijkt dat er ook weer een nexus is tussen sectoren.
Het is een mondiaal vraagstuk, we hebben het nauwelijks nog over ontwikkelde versus ontwikkelende landen; de problematiek is voor allen hetzelfde.
Steden zullen belangrijker worden als speler, ook in de internationale verhoudingen.

            
foodFIRST for thought

Opinions and verbatim reports of the foodFIRST activities

Vijverbergsession 2 December: A policy paradigm for rural development cooperation in Africa
22-12-2015 | Hans Groen

Vijverbergsession 21 October 2015: Private sector-led greening of agriculture in Africa
15-12-2015 | Hans Groen

Vijverbergsession 3 December 2014, Van smallholders tot ondernemers
19-01-2015 | Marijke van Hooijdonk

Vijverbergsession 10 September 2014: Family Farming and Financial Services
01-12-2014 | Marieke De Sonnaville

Vijverbergsessie 5 maart 2014: De watervoetafdruk van agrarische producten
11-09-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 7 mei 2014, Het Dutch Good Growth Fund
11-09-2014 | Hans Groen

Vijverbergsession 2 juli 2014: De rol van regionale markten voor voedselzekerheid in Afrika
12-08-2014 | Marieke De Sonnaville

Vijverbergsession 2 april 2014: The oceans as a food source; towards sustainable governance
15-05-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 16 oktober 2013: De nexus tussen water, energie en voedselzekerheid
26-03-2014 | Hans Groen

Stadslandbouw: bonestaken tussen de flats of voetballende kinderen?*
11-03-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 11 december 2013: Boerengezinsbedrijven en de onderzoeksagenda voedselzekerheid
10-03-2014 | FoodFIRST Editors

Vijverbergsessie 15 januari 2014 Voedselverspilling in de keten
13-02-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 6 november 2013: Governance van oceanen als mondiale publieke goederen -- De pelagische visserij als casus
13-02-2014 | FoodFIRST Editors

Vijverbergsessie 25 september 2013: Food security and nutrition security
17-12-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie 22 mei 2013: Water en voedselzekerheid
06-08-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie 20 maart 2013: Coöperaties en Landbouwontwikkeling
17-06-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie 17 april 2013: Cultuur, Religie en Voedsel
14-06-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie: Voedselzekerheid; wat werkt?
03-04-2013 | Karlijn Muiderman

Vijverbergsessie: De Lessen van Venlo
26-03-2013 | Femmy Bakker-de Jong

Urban Agriculture
16-10-2012 | Karlijn Muiderman

The Business of Food and Nutrition Security
16-10-2012 | Karlijn Muiderman

FoodFirst in Practice
27-09-2012 | Wim Peeters

19 June 2012: Investing in Food Security & Food Markets in Africa
21-08-2012 | Hans Groen

29 May 2012: Breaking the hunger cycle in Africa
21-08-2012 | Hans Groen

8 May 2012: Food and Sustainability: Please, enjoy your steak
14-05-2012 | Hans Groen

24 April 2012: Cooperatives and Development
14-05-2012 | Hans Groen

15 March 2012: VoedselZaken over grenzen heen
23-03-2012 | Hans Groen

Landbouw en handelsliberalisering, GLB en WTO Vijverbergsessie 16 januari 2012
26-01-2012 | Hans Groen

Food and Geopolitics, Vijverberg session 21 november 2011
26-01-2012 | Hans Groen

Pastoralism, Vijverberg session 9 June 2011
12-12-2011 | Hans Groen

Workshop Pastoralism, Ministry EL&I 29 September 2011
06-10-2011 | Hans Groen

Voedsel brengt geopolitiek terug in platte wereld
05-10-2011 | Cor van Beuningen